In de galerieruimte staat een grote kijkdoos, die ons een blik gunt op het atelier van overleden schilder Ad Kroese. Een hommage, die verwondering afdwingt door de aandacht voor het detail. "Maar nee", zegt Stam bijna verontwaardigd, "in werkelijkheid was het veel chaotischer. Overal slingerden wel dingen en hingen er spiegels, ik weer niet hoeveel spiegels." Rigide gaat het wieden dus bij nadere beschouwing niet. Dat blijkt uit de driedemensionale schilderstudies; kleurige kastjes die met een ogenschijnlijke nonchalance geconstrueerd lijken te zijn. Maar iedere afwijking van de rechte lijn, iedere vervorming in het perspectief blijkt doordacht te zijn.

Antonie den Ridder



Bij het kijken naar deze aquarellen moet ik denken aan de kleine oude kapelletjes in Frankrijk of Duitsland, waarvan je de sleutel moet halen bij de pastoor of een nabij buurhuis, om in stilte de ruimte te ondergaan. Het besef van ruimte en licht is nergens zo intens als op deze plekken, afgesloten van de wereld en tegelijkertijd heel sterk aanwezig. Alles wat je binnen ziet is als het ware geconcentreerd en heeft de schoonheid van de eenvoud, de aanwezigheid van gevoel.
Op de aquarellen van Arthur gebeurt iets dergelijkt. De ruimte is geïsoleerd, naar binnen gekeerd maar tegelijkertijd open naar de wereld, details verschijnen in een geconcentreerd licht, hebben soms een raadselachtige herkomst maar zijn toch op hun plaats.

Ik denk dat het niet echt nodig is om alles te begrijpen wat tot de voorstelling heeft geleid. Wel loont het de moeite om via de titel elk afzonderlijk schilderij binnen te treden, want het is het startpunt van de kijkervaring.
Hij is in staat om vanuit prachtig bruin of grijs (metafoor voor de aarde en de lucht?), een picturale werkelijkheid te toveren die zich laat lezen alsof je weer kind bent en alles zich voor het eerst aan je openbaart. Het meest bijzondere vind ik, dat er op veel van zijn schilderijen een abstractie plaats vindt van een haast suprematistische kwaliteit en intentie, maar er tegelijkertijd een realistische gevoelswaarde van uit gaat waardoor de grens van werkelijkheid en schilderkunst regelmatig worden wordt verbroken.
Je dwaalt er rond als in een droom.

Aldrik Sluis



De kunst van Arthur Stam gaat in zekere zin over de onontkoombaarheid der dingen en de zinloosheid van handelen. Heel de schepping is ondergeschikt aan de natuurlijke kringloop. In zijn kunst staat Arthur Stam voortdurend stil bij die wetmatigheid van leven en dood en bij het mystieke proces dat vergankelijkheid heet. De fascinatie voor de thematiek manifesteert zich niet alleen in de beeldtaal van de kunstenaar, maar ook in de beeldmiddelen. De geur van compost, mest, aarde is voor een belangrijk deel inherent aan de gebruikte materie. Stam ploegt, woelt en wentelt met zichtbaar genoegen in de aarde. Hij werkt graag met drabberige mengsels en experimenteert naar hartelust met de samenstelling daarvan. Hij doet dat niet alleen om de materie en de eigenschappen daarvan door en door te leren kennen, maar ook omdat de eenwording met het organische materiaal zijn scheppingsgedrag voedt en zijn zintuigen prikkelt.

Stam laat zich ook kennen als een dichter die zijn beeldtaal met subtiele figuratieve toevoegingen nuanceert en de lading van zijn werk relativeert. Hij versterkt de mystieke ondertoon en geeft een positieve wending aan het besef dat alle stof tot stof zal vergaan.

Wim v.d. Beek



Hij stelt ons het natuurlijke proces in achtereenvolgende etappes voor ogen. Zijn manier van werken, met mengsels en bezinksels, heeft daar ook iets van. In zijn atelier houdt hij overigens een volgorde aan die tegengesteld is aan die van de natuur. Hij begint op het doek onderaan. Na de bruine lagen schildert hij 'het verse spul'.

Het eigenlijke onderwerp is dikwijls het duurzame van de vergankelijkheid. In de minuscule achtertuin van zijn atelier vult hij steeds een composthoop aan met wat - alleen onder ons mensen - 'organisch afval' heet. De natuur kent geen afval; alleen de eeuwige kringloop van ontstaan, vergaan en weer ontkiemen. Wat Stam op de hoop gooit wordt verrassend snel omgezet in wormenmest. Er zit volop zuurstof in die levende aarde.

Dat wij heel anders naar de wereld kijken dan de mensen in de Gouden Eeuw laat zich frappant illustreren door de vergelijking van zo'n oudmeesterlijk bloemstilleven met een ander groot schilderij van Stam. Het is als een losgewerkte doorsnede van zo'n composthoop te zien. Er zijn enkele lagen te onderscheiden. De bovenste, los, is veelkleurig. Ze bestaat uit viskoppen, vruchtenschillen, halve radijsjes, eierschalen, bloemblaadjes en grassen. De volgende, wat dichtere is bruin, met harde notenschalen. Daaronder volgen dikke plakken bewormd materiaal in een broeierig bruin. 'Daar is alles zichzelf geworden', laat Stam zich ontvallen. Het is in elk geval voor ons oog bijna abstract. Maar het bevat de kiemen voor allerlei levensvormen. Het heeft, zoals hij zegt, 'duidelijk een gewicht'.

Dolf Welling



Als een tuinman bakent Arthur Stam het onderwerp af. Hekken in de grond slaand, tuinhuisjes bouwend, de grond bemestend en vooral wiedend, eindeloos wiedend. De compositie wordt met strakke hand vastgepind op het doek, bemest met schilderkunstige overwegingen en bij ieder detail wordt overwogen of het toch maar beter niet geschilderd zou moeten zijn.

Antonie den Ridder



"Een ode aan de vergankelijkheid"

Fruitschillen, groenteafval, vissekoppen en rozeblaadjes, langzaam zie je ze vergaan op de stillevens van Arthur Stam. Zijn schilderijen lijken in alle zintuigelijkheid die zij oproepen en ook door zijn weelderig kleurgebruik op de glorieuze stillevens van de oude meesters uit de Gouden Eeuw. Een schilder uit die tijd zou echter geen goede sier maken met een composthoop. In die 17de eeuwse pronkstukken met bloemen, insecten en ten dele geschilde citroenen werd de menselijke weelde verheerlijkt. Daarbij ging het om de citroen en niet om de schil.

Elke laag van een composthoop toont de juiste maat van rust en bewegelijkheid. Een mooi beeld voor contemplatie. De natuur kent geen afval in zijn eeuwige kringloop van ontstaan, vergaan en weer ontkiemen.

Harriet Enkelaar



"Het aangeharkte schilderij"

Schilderen, schrijven, tuinieren en allerlei andere menselijke activiteiten hangen samen met de onbedwingbare behoefte aan het scheppen van order, overzicht, evenwicht en logica. De aangelegde tuin vertelt veel (zo niet alles) over de eigenaar of ontwerper. Hetzelfde geldt voor de inrichting van iemands woning. De tuinen die Arthur Stam schildert, hebben veel weg van een interieur. De ingeperkte en keurig afgebakende lapjes grond zijn vaak met zorg gecultiveerd en beantwoorden aan eisen op het gebied van functionaliteit. Wanneer de mens niet lijfelijk aanwezig is in zijn tuin dan heeft hij in elk geval zichtbare sporen nagelaten die informatie verschaffen over zijn identiteit.

De wereld die hij schept is denkbeeldig en de analogie tussen tuinieren en schilderen berust op de persoonlijke perceptie van de kunstenaar. Hij is degene die worstelt met de invulling van het beeldvlak, zoals de tuinier moet woekeren met de hem toegemeten ruimte. Het schilderij is een tuinperceel, penselen zijn spaden. Het zorgvuldig gecomponeerde schilderij en de aangelegde tuin zijn de concretisering van een gedachte of een gevoel, maar ook een metafoor voor het aangeharkte mensenleven. De schilder en de tuinier zijn de scheppers van een nieuwe en authentieke orde. De schilderijen van Arthur Stam scherpen de zintuigen. Door zijn ongewone en opzienbarende tuinconcepten worden dagelijkse dingen veel minder vanzelfsprekend dan ze oppervlakkig gezien meestal lijken.

Wim van der Beek, kunstrecensent